Verkeersongelukje

 

Zijdelings tuf ik per ongeluk een spuugje op de mouw van een veel te grote Creool die naast mij voor het stoplicht wacht. Nadat ik mijn fluim in een plooi van zijn mouw heb zien verdwijnen, probeer ik zo stoer als mogelijk langzaam omhoog kijkend zijn ogen te vinden. Ik bedenk mij tijdens het opkijken. Hij is te groot. Te dreigend donker ook. Hij zal op mij neerkijken als ik zijn blik gevonden heb. En ik sta al met 0-4 achter.

‘Mooie fiets’, probeer ik, kijkend naar zijn schouder. Maar hij zwijgt.

In die positie wacht ik tot het groen wordt. Dat hij in de tussentijd zijn mouw aan mijn jas afveegt, daar hoort hij mij niet over. Zal ik hem vragen hoe het gaat op zijn werk?, bedenk ik me, terwijl hij veegt. Of naar het recept van Bobotie? Het zal de adrenaline zijn waardoor mij alleen maar stigma’s te binnen schieten.
Nu heb je Creolen die daar goed op reageren. Doorgaans vind ik ze wel relaxt. Alleen dit exemplaar gromt tijdens het terug vegen van mijn extract en zegt verder niks. Niet precies te peilen dus, maar waarschijnlijk wel van de vergeldende soort. Zal ik hem anders,… nee. Zal ik hem anders wanneer hij klaar is, nog een keer op zijn mouw rochelen? Misschien breekt dat het ijs, overweeg ik. De aanval is immers de beste verdediging.

Maar ik kies uiteindelijk voor zekerheid en doe verder niks. Niet bewegen, niks zeggen en alert blijven. Net als tijdens die keer dat ik een Creool-achtige vroeg of hij Rex Kramer uit de film Kentucky fried movie kende. Na het vertellen van de clou priemden er ook twee van die schildklierogen bij me binnen. Die vertoonden de film The color purple, dus zweeg ik een beetje knikkend met hem mee. Ik weet nog goed dat ik ook toen aandrang voelde om aan te vallen. Om over zijn Zwarte Pietje-oorbel te beginnen, maar dat niet deed. Ondanks mijn talent voor slechte timing red ik mij meestal wel uit dit soort situaties door het kapot te negeren. En de oorlel van mijn stoplichtcreool is voor zover ik kan waarnemen leeg, dus heb ik geen verdere afleiding dan zijn schouder.

Tijdens het uitstaan van mijn straf verbaas ik mij over hoe lang 30 seconden kunnen duren. Ik voel zijn karma als een soort stolp over mij heen gezet. De laatste paar veegjes maakt hij kruislings. Zijn jas is weer als nieuw wanneer het stoplicht eindelijk op groen springt.

Al wegrijdend zie ik dat hij bij het afzetten met zijn lichaam omhoog trapt. Dat doen alleen sukkels. Nu ik dat zie keert alle moed vanuit mijn schoenen weer terug omhoog. ‘Homo!’, wil ik hem naroepen. Maar je weet het niet. Wat als hij omkeert en alsnog mijn muil open maait? Eén verkeersongelukje is wel genoeg vandaag.

 

Opmerkingen ( 3 )

Laat een reactie achter

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn aangegeven *

error: De inhoud is beveiligd !!