Ons kindje

 

Na rentree van jouw werk gooi je op de gang de dag er uit. ‘Toe maar, meisje,’ moedig ik je aan, waarna er nog een paar reedsen volgen. Wanneer ik om de hoek poolshoogte neem, kijk je mij licht voorover gebukt schalks aan. Potdomme, wat hou ik van je! Zo’n wind uit jouw bipsje klinkt na ruim elf jaar samenzijn nog steeds als twee hitgevoelige coupletten en een refrein. Soms laten we er één synchroon welke vaker dan eens dezelfde toonsoort vat. Een tweestemmige is (nog) te hoog gegrepen, maar een klankzuivere ‘A’ is voor ons een peulenschilletje. 
En thuis mag dat, want hier is niks banaal. Bouten is een vrijblijvende discipline binnen onze onvoorwaardelijkheid. Buitengaats zijn we een dame en een heer, maar sparen onderwijl wel zoveel mogelijk lucht waarmee we thuis onze schunnige liedjes toeteren. Zo zijn er legio voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat wij samen één zijn. Wat zou het mooi zijn geweest als wij dat hadden kunnen sublimeren. Jij en ik verenigd in een kindje. Ons kindje.

Maar helaas is de ovulatiebroek vandaag de dag aan jou niet meer besteed, anders hadden we dat kindje zeker gemaakt. Zonder planning of verdere voorkennis. Louter uit liefde. Met al jouw en mijn sterke kanten in zijn goddelijke lichaampje geassembleerd. Ik bedenk mij overigens een zoon met jouw welnemen.
We hadden hem opgevoed naar zijn eigen kunnen, welke ver boven de onze uitsteeg. We zouden hem tijdens zijn eerste levensjaar leren schrijven. Praten kon hij immers al vanaf dat je ‘m baarde. En ook al zou hij zo rond zijn zesde aandringen om onze aangifte IB 2023 te doen, dan nog zouden wij hem adviseren om eerst maar eens een bestseller te schrijven. En die schreef hij dan natuurlijk ook. Nog voor 1 mei van datzelfde jaar, zodat hij mij niet veel later uit had kunnen leggen hoe ik dividend in onze aangifte verwerk.

Het zou ook een vredelievend kindje zijn geweest. Hij had alle disputen gestelpt. ‘Aan volwassenheid hangt geen leeftijd,’ zou hij ons hebben uitgelegd zo rond zijn elfde. Of ‘Wie niet ego-vrij is mag zeggen wat hij wil. Je kunt je alleen afvragen of dat iets toevoegt aan ons algemene doel.’
Op zijn elfde, hè?! Wie waren wij dan geweest om dat tegen te spreken? Terwijl hij glimlachend in zijn bed ons verbaasd op de bank had achtergelaten, zouden wij nog uren napraten over wat hij nou weer had gezegd.

Vanaf zijn dertiende hadden we hem al moeten loslaten, mijn lieve. Als docent ontboden door de Mensa-club, zagen wij hem alleen nog op tv wanneer hij tussendoor het WK schaken had gewonnen. Of een nobelprijs. Ons in vertwijfeling achterlatend over wat we in godsnaam op de wereld hadden gezet.

Nee, het samenvoegen van onze genen kon bij nader inzien een ondermijning zijn geweest voor ons zelfvertrouwen. Misschien is het wel beter zo. Nu bedwingen we ons instinct met kindjes van anderen. Zoals met dat jochie van Rick en Floor. Wat een kutkindje is dat, niet? De plag haar die hij uit jouw hoofd trok en mijn broek die zelfs chemisch niet meer gereinigd kon worden. Maar het is wel een kindje, zoals wij dat niet hebben mogen krijgen… Jij en ik verenigd.
Zie je, nou ga ik toch weer twijfelen. Laten we voor de zekerheid maar een Furby kopen. Ik ben benieuwd of je die kan leren winden.

 

Opmerkingen ( 2 )

  • Ferrara zegt:

    Pff, er is jullie heel wat bespaard gebleven, de rest van je bestaan meewarig op de bank hangen lijkt me ook horror.

    Neem zo’n Lubach-speeltje, die kun je laten verhongeren als je er genoeg van hebt.

  • Pierken zegt:

    Hahaha, zo’n Kamerkotzie? Ik weet het niet hoor, Ferrara. Die Kamerleden vreten batterijen. Ook zonder die app 😉 Thnks voor je reactie!

Laat een reactie achter

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn aangegeven *

error: De inhoud is beveiligd !!