Echte mannen huilen, behalve Henk

 

Iedere man huilt wel eens. Ze tonen het alleen anders. Neem het verschil tussen Bert en Henk. Beiden in dienst bij de instelling waar ik werk. Sinds ik Bert ken heb ik opnieuw geleerd hoe verlossend een potje janken kan zijn. En als huilen bevrijdt, dan moet Bert intens gelukkig zijn. Hij komt soms huilend binnen. We vragen al lang niet meer wat er aan de hand is. Hij is gewoon blij om ons te zien.

Regelmatig moeten wij onze stem verheffen om over hem heen te komen. Ongemakkelijk kun je stellen, maar als je er wat van zegt, gaat het hek van de dam. Bert vragen of het wat zachter kan betekent de rest van de dag verlof. Dat veroorzaakt een dambreuk bij hem.
Om een beetje te plagen hebben we hem een tijdje terug een mailtje gestuurd met de boodschap dat zijn huis die ochtend was afgebrand. Met zijn vrouw er nog in. Niet veel later stond de hele organisatie voor de hoofdingang vanwege een vermeende slow whoop.

Wanneer Bert niet huilt dan stelt hij ons graag op de hoogte van zijn belevenissen buiten kantooruren. Hij loopt over van sentimentele anekdotes. Laatst vertelde hij in detail dat hij volschoot bij het zien van twee mensen die afscheid van elkaar namen op een perron. Of van die keer dat hij zijn fiets moest achterlaten bij de fietsenmaker. Tijdens zijn verhaal zie je echter dat hij het einde niet gaat halen. Zonder daarnaar te vragen hervatten wij dan altijd ergens halverwege ons werk.

‘Echte mannen huilen niet. Bert wel,’ zegt Henk. Want, Henk is het tegenovergestelde van Bert. Hij klaagt bij tijd en wijle dat hij last heeft van het geluid dat Bert veroorzaakt. Zelfs met een etage verschil tussen hun werkplekken. Henk is er één uit de klei. Hij huilt alleen als je hem heel, maar dan ook heel hard op zijn oog slaat. En ook dat is nog niet bewezen, want hij is oud-marinier. Zijn verhalen van op zee zijn een stuk minder interessant dan die van Bert en toch laat je hem helemaal uitpraten. Dat slag.
Ik heb Henk één keer omgekeerd zien huilen. De schaarse tranen kwamen daarbij uit zijn neus. Achteraf denk ik dat hij verkouden was. Maar dat vraag je niet. Echte mannen zijn ook nooit verkouden.
Hij is iemand die functioneel zal huilen. Op commando bijna. Zo van, ‘Ja, nu Henk,’ tijdens de crematieplechtigheid van zijn moeder bijvoorbeeld. Misschien is dat wel een legitiem moment om die stomp op zijn oog uit te proberen. Maar terwijl ik dat in gedachten voorneem, schiet mij weer die altijd latente onvoorspelbaarheid van hem te binnen.

‘Janken is voor wijven en Bert jankt meer dan een wijf. Dus Bert is een homo,’ deelde Henk ons hardop mee tijdens het werkoverleg. Bert zat tot aan dat moment naast me. Ik heb nog nooit iemand zo hard een kamer uit zien rennen. Op de gang hoorden we een wegstervende pleuris uitbreken. We hebben Bert een week niet gezien. Met ‘Nou, nou, Henk, moet dat zo bot,’ kwam de voorzitter niet weg. De ogen van Henk spuugden vuur dat hij met tranen nooit zou blussen.
Maar op die manier raakt hij zijn frustratie over Bert kwijt. Hem bij de fietsenstalling opwachten heeft geen zin. Op een reeds huilende man inslaan is zijn eer te na.

Een week later kwam Bert weer snikkend de afdeling opgewandeld. Hij vertelde ons een verhaal waarvan ik graag het einde had willen horen. Echte mannen huilen. Henk niet, dacht ik stiekem.

 

Opmerkingen ( 3 )

Laat een reactie achter

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn aangegeven *

error: De inhoud is beveiligd !!