Ons kindje

 

Na rentree van jouw werk gooi je op de gang de dag er uit. ‘Toe maar, meisje,’ moedig ik je aan, waarna er nog een paar reedsen volgen. Wanneer ik om de hoek poolshoogte neem, kijk je mij licht voorover gebukt schalks aan. Potdomme, wat hou ik van je! Zo’n wind uit jouw bipsje klinkt na ruim elf jaar samenzijn nog steeds als twee hitgevoelige coupletten en een refrein. Soms laten we er één synchroon welke vaker dan eens dezelfde toonsoort vat. Een tweestemmige is (nog) te hoog gegrepen, maar een klankzuivere ‘A’ is voor ons een peulenschilletje. 

Lievedingtuttebel

Lievedingtuttebel 1-2
lievedingtuttebel 2-2

Golden shower – Deel 1

 

Co-column van Pierken en Nachtzuster:

Asperges met ham! Nachtzuster en ik zijn er gek op. Maar bij sommige voornemens kun je die beter niet eten. Door de erotiserende wijze waarop Nachtzuster haar asperges at, stond ik daar echter niet bij stil en stelde haar de vraag: ‘Wat bedenk jij je bij plasseks?’
‘Ja, helemaal niks eigenlijk, waarom?’
‘Nou, als het iets toe zou voegen aan ons seksleven vind ik dat wel het proberen waard. We zijn alleen allebei aardig verlegen op de sluitspier, dus stel ik voor om vooraf een voorraadje aan te leggen. Als jij alvast je spannende jurkje aantrekt, dan zet ik een grote pot groene thee.’

Hel van ’13

 

Onze televisie vertoont een depressieve man. Met een trillende onderlip spreekt deze door midden gebroken man over een trauma. De oorzaak van zijn depressie is te herleiden naar één dag in 1963, 18 januari. Arie van Staalduinen heeft het niet gehaald. Een luttele drie kilometers scheidden hem van Leeuwarden, een kruisje en de eeuwige roem. De vrouw van Arie zit naast hem in beeld. Ze oogt enigszins cynisch en totaal verzadigd met het probleem van haar man. ‘Je hoeft het woord schaatsen maar te noemen en hop, daar gaat ie weer,’ deelt ze de verslaggever verveeld mee. Nadat zijn vrouw het s-woord heeft genoemd, schiet Arie inderdaad als een klein kind ongegeneerd vol.

When the stranger comes along

 

Tot december 2010 heb ik niet het leven van mijn lichaam geleefd. Onverwoestbaar achtte ik dat. Een opgelegd stuk materie dat mijn gedachten bij elkaar hield. Tot aan die nearest big bang so far.
Nadat ik op het randje van afscheid nemen stond, realiseerde ik mij temeer dat ik niet degene was die afscheid zou nemen. Wanneer je er gedwongen uitgeduwd wordt zijn het de nabestaanden die afscheid van jou moeten nemen. Die gedachte confronteerde mij meer met de liefde, dan met het leven zelf. De band met mijn partner was al hecht, maar werd daarna ook nog eens vermenigvuldigd met een onhoudbare factor; Vergankelijkheid.

Echte mannen huilen, behalve Henk

 

Iedere man huilt wel eens. Ze tonen het alleen anders. Neem het verschil tussen Bert en Henk. Beiden in dienst bij de instelling waar ik werk. Sinds ik Bert ken heb ik opnieuw geleerd hoe verlossend een potje janken kan zijn. En als huilen bevrijdt, dan moet Bert intens gelukkig zijn. Hij komt soms huilend binnen. We vragen al lang niet meer wat er aan de hand is. Hij is gewoon blij om ons te zien.

error: De inhoud is beveiligd !!