Kerstballenbad (Die Bleke)

 

Veel landrotten weten niet dat de scholen meeuwen die met vissersboten meevliegen bestaan uit een vaste populatie. De hyena’s van de lucht zijn monogaam in relatie tot hun boot. Ze vliegen daarbij in een grote cirkel om hun vaste restaurant mee. Vandaag zal de escorte van de Neeltje Jans 1 en 2 uit IJmuiden onbeloond blijven. Vandaag zullen ze bot vangen.

Kindermishandeling

 

‘Bent u nuchter?’, vraagt een donkere man vanachter zijn balie.
‘Nee, neger, niet altijd. Bij tijd en wijle ben ik tamelijk zwaar op de hand’, antwoordt mijn vriend Jan. Met die altijd natte bovenlip staat hij met zijn harde stem het zaakje weer op te kloten. Waar ik dus weer zoals al die voorgaande keren bij sta alsof ik er niet ben.

Vijf vingers blind

 

Naast de immer huilende Turkse tegenover ons wordt een vrouw op haar plek gereden die het Avé Maria inzet. Rita en ik kijken elkaar even aan op een wijze dat ‘deze nieuwe’ onze privacy verstoort. We waren immers bezig met serious business. Met het digitaal bestellen van een diner bijvoorbeeld. Of met de aanzet tot een recensie over ons nieuwe onderkomen, waarvan, toegegeven, de eigenaar zich loyaal ontfermt over ieder nieuw gezelschap. Pluspuntje op het evaluatieformulier.
Ook het tweede en derde couplet hadden niet gehoeven, maar klant is koning. Zeker in dit geval. En anders wen je er maar aan, zal de bediening denken. En gelijk heeft die.

De zaeckscharnier (1503 NC)

 

Begin 1500 keerde Ridder Haelewijn ‘de Viriele’ na een kruistocht terug met een nare penisaangelegenheid. Zijn harnas was in bepaalde situaties te krap waardoor hij regelmatig zijn zaak kneusde. Om de vervelende beknellingen te verhelpen bracht hij een bezoek aan smid Egerius, lid van het Scaldische Harnasgilde.

‘Goede ende moarn, smid Egerius. Hoe vergaet het uwe?’
‘Goede ende moarn, ritter Haelewijn. Het vergaet mi reedelijck. Hoe vergaet het uwe?’
‘Nit geschwint, waerde smid. Telkenmaele wannear er vrouwelijk skoon min vizier inschreit, dan kneus ick min zaeck?’
‘Uwe zaeckje?’
Voorzichtig tikte Haelewijn op het metaal dat voor zijn kloris hing.
‘Nei, min zaeck’…
‘Ag soo… Uwe zaeck’, antwoordde de smid… ‘Om uwe nesterij van sijnen druck te bevriën, kan ick uwe kuras forzien van eenen schaefschagt.’
‘Dan keer ick morgan na het crieken werre voor din scharnier. Groete hu uwe joncvrouwe.’

error: De inhoud is beveiligd !!